Het grote Rock Werchter 2018 verslag: dag #4

Op dag vier was het alweer puffen en zweten, toch konden de groepen die op de affiche stonden voor verkoeling zorgen. Dag vier telde veel gitaren: Van Noel Gallagher tot Eels en van Equal Idiots tot afsluiter Arctic Monkeys.

Tous ensemble

‘Rock Werchter arrive!’ riep Roméo Elvis (★★★★) het uit. ‘Vandaag ben ik een beetje Vlaming.’ De Brusselse rapper is het gezicht van onze hoofdstad. Zijn Franstalige hiphop is al een tijdje enorm populair aan de overkant van de taalgrens, maar vindt nu ook een weg naar Vlaanderen. Hij krijgt een uurtje in een volle Klub C om zijn ding te doen.

“Dessert” zet meteen de toon met een stevig tempo en vrolijke beats die worden gebracht door Le Motel, de trouwe compagnon van Roméo en Nederlander Lennard, ‘on est internationale quoi’.

‘Waar is de feestje?’ vraagt de rapper en de zaal antwoordt met 1 stem: Hier is da feestje! In elkaars nek zitten is niet genoeg. Jonge kerels hijsen zich om op schouders te gaan staan tijdens “Pogo” en “Bébé aime la drogue”. Roméo Elvis geeft werkelijk alles en moet geregeld even uitblazen. In zijn Belgische voetbalshirt zet hij zich op een barkruk om een “Drôle de Question” te stellen: ‘Je suis fière d’être belge. Et vous?’

Muzikaal gaat hij van agressieve rap naar vrolijke pop en er is ook plaats voor een kippenvelmoment met “J’ai vu”. De finale doodsteek geeft Roméo Elvis met “Bruxelles Arrive”. Met een Belgische vlag rond zijn schouders duikt hij de zee van mensen in. Tot in het midden van de tent waar hij op de mixtafel gaat staan: ‘Rock Werchter arrive! Iedereen samen!’ Het Nederlands van Roméo Elvis is beperkt, maar genoeg om zijn boodschap over te brengen. Als iemand het land kan samenbrengen, is het deze man.

The Slope net niet gesloopt

Naast Roméo Elvis waren er nog Belgen te spotten op zondagavond. De twee ‘slungels uit de Kempen’ van Equal Idiots (★★★) mochten de Slope afsluiten. Een droom die uitkomt voor Thibault en Pieter: ‘Dees is echt een graaf moment!’ Toch merkten we dat de zenuwen en de vermoeidheid hun tol eisten.

We zijn retestrakke sets van Equal Idiots gewend met snedige riffs en bonkende drums. De Nieuwe Lichting-winnaars begonnen stevig aan hun set met “Seduction of Judas” en “Hippie Man”, maar leken zich dan wat in te houden. Misschien waren ze te bezorgd over het publiek waar geregeld iemand een schoen verloor in de moshpits. ‘Geen ruzie maken hé! Sorry zeggen!’ horen we Thibault zeggen.

Dan maar even rustiger aan met “Toothpaste Jackie” en “I Know”, gelukkig zaten de tempowisselingen nog wel goed. Plots klinken de twee angstaanjagend en afgrijselijk duister. Waar zijn die twee vrolijke patés uit Hoogstraten? Een cover van “Ca Plane Pour Moi” herstelt het vertrouwen en met “Butter (Up Down)” doen ze de mini wei tussen de picknickbanken een laatste keer daveren. Echt slopen deden de mannen van Equal Idiots niet, ons laten rocken gelukkig wel!

Vermaak boven verfijning

Het was alweer vier jaar geleden sinds we iets van Eels (★★★★) hadden gehoord. Hij had last van een ‘nervous breakdown’ maar is nu volledig hersteld. Dat zagen we zondagmiddag op de Main Stage, waar hij fris als een hoentje na elk nummer de grapjas uithing.

Naast droge humor van de bovenste plank serveerde hij ook songs die door de hele wei werden meegezongen. “That Look You Give That Guy” was er zo eentje die je kippenvel geeft. Met “Today Is The Day” uit zijn nieuwe album, liet Eels zich van een makkelijke, toegankelijk kant horen.

Ook “I like Birds” en “Novocaine For The Soul” veranderden in popsongs. Enkel op “Fresh Blood” kregen we nog rasechte gitaren te horen. Het leek erop dat Eels zijn terugkeer naar de wei vooral wilde vieren met goeie grappen en minder met geslaagde arrengementen. ‘You are all badasses with legs underneath them.’ Als een echte flowerpower-prins sloot hij zijn set af met “Love And Mercy” van Brian Wilson onder een stralend zonnetje.

Oasis greep de bovenhand

Manchester-icoon en helft van Oasis Noel Gallagher (★★★)  mocht het voorprogramma van Nick Cave verzorgen met z’n High Flying Birds. Een van die Birds was een dame die de schaar en de telefoon bespeelde. Ze was overigens niet de enige vogel op het podium, waar Noel iets teveel bandleden had verzameld.

Simpele songs als “Little By Little”, “If I Had A Gun” en “Dream On” deden het beter dan het moeilijke “It’s A Beautiful World”, maar gelukkig kwam de verlossing er snel met “Wonderwall”. Veertigers achteraan de wei vielen elkaar in de armen en wanneer “Don’t Look Back In Anger” begon, zagen we hier en daar het haar op de armen recht komen.

Terwijl achteraan mensen op schouders kruipen om een glimp van de legende op te vangen, moeten er vooraan enkele gedesinteresseerde Arctic Monkeys-fangirls hebben staan geeuwen, want Noel was in een uitzonderlijk arrogante bui. Hij had nochtans de juiste ingrediënten in zijn set gestoken om iedereen mee te krijgen. Een perfecte mix van Oasis klassiekers en eigen hits. “What A Life” en “Dream On” werd zelfs tot achteraan meegezongen. Jammer dat er een barrière non-believers tussen hem en zijn echte publiek stond. Volgende keer in een tent, dan heb je daar geen last van. Of wat meer liefde, want “All You Need Is Love”.

Beklijvende duiveluitdrijving

Wanneer de vraag niet is of hij goed gaat zijn, maar wel hoe goed hij gaat zijn, dan weet je dat er fel uitgekeken werd naar de set van Nick Cave en zijn Bad Seeds (★★★★) op Rock Werchter. De man die vorig jaar tekende voor hét concert van het jaar, met zijn doortocht in het Sportpaleis, mocht voor de main stage dat trucje nog eens overdoen. Daarvoor bracht hij haast exact dezelfde set mee, inclusief interactie met publiek.

Zagen we hem nog op Down The Rabbit Hole en in het Sportpaleis steun zoeken bij het publiek op de eerste rij, dan bleef hij op Werchter lang rusteloos ijsberen over het podium, niet wetende waar hij zijn steun moest zoeken. Het duurde eventjes voor het publiek mee was in het verhaal.

Beginnen deed hij met loodzware nummers als “Jesus Alone” en “Magneto”, wiens draagwijdte helaas niet verder raakte dan de voorste regionen van de wei. Gelukkig vibreerden “From Her To Eternity” en “Red Right Hand”, dat herkend werd als ‘dat nummer van de serie Peaky Blinders‘, tot ver achter in de weide.

Zo leek het alsof Nick Cave moest vechten op twee fronten. De aandacht van de fans vooraan had hij meteen, de strijd om de aandacht wat verder werd slechts op het einde beslecht. “Into My Arms” werd dan wel meegezongen, toch vonden veel festivalgangers hun eigen verhaal belangrijker en babbelden los door Cave’s liefdeszucht.

Subtiliteit en de Main Stage blijven een moeilijk huwelijk en alsof Cave dat begreep schakelden hij en zijn Bad Seeds een versnelling hoger en vooral luider. “Jubilee Street” ontpopte zich tot een meeslepend epos en met “The Weeping Song”, inclusief zigeunerviool van Warren Ellis, maakte Nick Cave duidelijk dat het hem menens was.

En dan moesten “Stagger Lee” en het ontroerend mooie “Push The Sky Away” nog komen. Ja, hij haalde opnieuw mensen uit het publiek op het podium, en ja hij deed weer van handjeklap, maar ook al had je zijn trucjes al eens eerder gezien, ze blijven werken. Dankzij zijn uitstraling en charisma krijgt Cave iedereen mee in zijn demonische hersenspinsels.

Ook al haat hij de zon en het daglicht, toch gaf de ondergaande zon net dat tikkeltje extra aan “Push The Sky Away” en leek het alsof we echt eigenhandig de zon kopje onder duwden. Als toemaatje kreeg Werchter nog “Rings of Saturn” maar dan hadden we het beste al gehad en kon het publiek eigenlijk gewoon nog wat nagenieten. Nick Cave & The Bad Seeds was meer dan een subheadliner en legde de lat meteen hoog voor Arctic Monkeys.

Geen vier sterren

Die lat kon Arctic Monkeys (★★★) jammer genoeg niet bereiken. Alex Turner verklaarde dat de band na twee maanden touren op een muziekaal hoogtepunt zat, maar dat is op de Main Stage nooit tot uiting gekomen. Zoals verwacht kwam de band een kwartier te laat op de afspraak… daar zaten ongetwijfeld de sterallures van Alex Turner voor iets tussen.

Nochtans werden we in het begin al stevig getrakteerd met “Brianstorm”, “Don’t Sit Down Cause I Moved Your Chair”, “Crying Lightning” en “The View From The Afternoon”, maar wanneer het tijd was voor nieuwe songs, verloor de wei zijn concentratie.

Dé man die achter de microfoon stond kon dan nog alles rechttrekken, maar vond een ‘”Good Evening, we are the Arctic Monkeys,” voldoende interactie met het publiek. Balthazar Boma-zonnebril op, zonnebril af, eens door zijn vettige haar gaan. Meer dan dat deed de ooit zo sympathieke Alex Turner niet.

De set kwakkelde nog wat verder en brak opnieuw los wanneer ‘Do I Wanna Know’ weergalmde door de boxen. Fan-favoriet ‘Pretty Visitors, goeie ouwe ‘I Bet You Look Good On The Dancefloor’ en hét festivalanthem ‘R U Mine’ toverden dan toch nog een glimlach op ons – ondertussen doorleefd en vermoeid – gezicht.

‘Arabella’ en ‘505’ lieten ons gelukkig naar huis keren, maar ook nostalgisch terugdenken aan het Arctic Monkeys-concert van Rock Werchter 2014, waarbij er een orkaan op het podium alles in de vernieling speelde. De subtiele windhoos van 2018 kon ons bekoren, maar de energie ontbrak om er een ‘Four Stars Out Of Five’ review van te maken.